woensdag 31 oktober 2012

Co-ouderschapskinderen zitten na een scheiding beter in hun vel en halen hogere schoolcijfers

Scheidingskinderen in een co-ouderschapsregeling zitten beter in hun vel en halen hogere schoolcijfers dan scheidingskinderen in een eenoudergezin bij moeder of in een stiefgezin met de nieuwe vriend van moeder.

Uit het onderzoek 'Scholieren en gezinnen 2006-2011" van de Universiteit Utrecht onder 5300 schoolkinderen, blijkt dat kinderen van gescheiden ouders die afwisselend bij hun vader of moeder wonen, beter in hun vel zitten en hogere cijfers halen op school, dan kinderen die na een scheiding in een eenoudergezin bij moeder wonen of in een stiefgezin bij moeder met een nieuwe vriend (stiefvader). Het afgelopen decennium steeg het percentage co-ouderschapsregelingen na scheiding van 5% naar 20%. En van de huidige basisschoolleerlingen met gescheiden ouders (gemiddeld 6 per klas) pendelt bijna een kwart tussen vader en moeder. Sommige kinderen wonen om de week bij een van de ouders, anderen vier dagen bij de één en drie bij de ander. Deze kinderen doen het echter beter dan kinderen in stiefgezinnen of eenoudergezinnen, omdat co-ouders minder ruzie blijken te maken dan andere ex-partners. Kinderen hebben daardoor minder last van de scheiding.



© Onderzoek scholieren en gezinnen 2011 (Universiteit Utrecht)

Kinderen uit intacte gezinnen hebben betere schoolprestaties
Universiteit Utrecht - Sociale Wetenschappen - 31.10.2012

Kinderen van wie de ouders bij elkaar zijn, hebben gemiddeld de beste schoolprestaties. Van gezinnen die niet intact zijn, presteren de kinderen uit co-oudergezinnen op school het best. De minst goede schoolprestaties zijn opgetekend bij kinderen uit eenoudergezinnen. Dat schrijven scheidingsdeskundige Ed Spruijt van de Universiteit Utrecht en filosofe Corrie Haverkort in hun boek ‘Kinderen uit nieuwe gezinnen’.

In het boek wordt gebruik gemaakt van statistische gegevens van Spruijts onderzoek ‘Scholieren en Gezinnen 2011’. Gedurende vijf jaar (van 2006 tot 2011) namen in totaal 5300 scholieren uit de groepen 7 en 8 van de basisschool en de klassen 1, 2 en 3 voor het voortgezet onderwijs mee aan dit onderzoek.

Welbevinden
Het onderzoek toont aan dat in een gemiddelde Nederlandse klas van 30 leerlingen, minstens 6 kinderen zitten die opgroeien in zogenoemde nieuwe gezinnen. Zulke nieuwe gezinnen zijn bijvoorbeeld co-oudergezinnen, stiefgezinnen, eenoudergezinnen en verweduwde gezinnen. Niet alleen de schoolprestaties van kinderen uit deze nieuwe gezinnen blijven achter, ook het welbevinden ligt bij hen lager dan bij kinderen uit intacte gezinnen.

Stiefvader
Van alle nieuwe gezinnen komt volgens Spruijt het stiefvadergezin het meest voor in Nederland, een gezinsvorm waarbij het kind woont bij de biologische moeder en haar nieuwe partner. Die stiefvader in het gezin heeft een flinke invloed op het welbevinden van het kind, zo blijkt uit de cijfers in het boek. Spruijt: “Moeders zijn zoals verwacht in elk gezinstype het allerbelangrijkst: voor het welbevinden van het kind in een stiefvadergezin is een goede band tussen moeder en kind ook van het grootste belang. Maar de stiefvader blijkt in dergelijke situaties op plaats twee te komen, nog voor de uitwonende biologische vader.”

Stiefvader en stiefkind kunnen dus een sterke band opbouwen. Tegelijkertijd blijkt dat bloedbanden geen garantie zijn voor goede verhoudingen tussen kind en ouder: ook bloedbanden moeten worden opgebouwd en onderhouden.

Laagopgeleiden scheiden vaker
Spruijt merkt ook op dat er tegenwoordig onder laagopgeleiden relatief meer gescheiden wordt dan onder hoogopgeleiden. Hoe hoger de opleiding, hoe minder er wordt gescheiden. “Dat is een trend van de laatste jaren. Scheiden zou een dalend cultuurgoed kunnen worden genoemd: het gebeurde aanvankelijk vooral in de hogere sociale klassen, tegenwoordig meer in de lagere.” Dat hoger opgeleiden minder scheiden kan komen doordat ze beter communiceren, conflicten flexibeler kunnen oplossen en meer ruimte en geld hebben om zich individueel te ontplooien. Bovendien weten ze meer over de nadelige gevolgen van een scheiding voor hun kinderen.

Dit onderzoek sluit nauw aan bij een van de vier onderzoeksthema’s van de Universiteit Utrecht: Jeugd en identiteit.

Boek en congres
Het boek van Ed Spruijt en Corrie Haverkort verschijnt 31 oktober bij uitgeverij LannooCampus. Zes dagen na het verschijnen van het boek, op 6 november, vindt er een congres plaats dat ‘kinderen uit scheidingsgezinnen’ als onderwerp heeft.

Co-ouders doen het goed
BNR.NL - Door Anne-Greet Haars - 31 october 2012

Kinderen die na een scheiding te maken krijgen met co-ouderschap zitten lekkerder in hun vel dan kinderen die bij één van de ouders wonen.
Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht. De uitkomsten staan in het boek 'Kinderen uit nieuwe gezinnen' dat vandaag uitkomt.

Ook halen deze kinderen hogere cijfers op school dan de kinderen die na een scheiding bij één van de ouders wonen of in een stiefgezin.

Minder ruzie
Scheidingsonderzoeker en schrijver van het boek, Ed Spruijt, zegt dat deze kinderen beter in hun vel zitten omdat Nederlandse co-ouders veel minder ruzie maken. "Dat is de belangrijkste risicofactor voor scheidingskinderen: hoe meer ruzie de ouders maken, hoe slechter het met de kinderen gaat."

Oplossen
Kinderen die in een 'normaal' gezin wonen hebben er ook baat bij als ouders tevreden zijn, vertelt Spruijt. "Een meningsverschil is niet zo erg, en als een ruzie weer wordt opgelost, dan is het ook niet erg. Maar kenmerkend voor de probleemgezinnen is dat de ruzie jarenlang duurt en niet worden opgelost: daar hebben kinderen veel last van."

Stiefgezinnen
Uit het onderzoek blijkt ook dat er meer stiefgezinnen zijn dan dat er in het bevolkingsregister staat. "Het bevolkingsregister loopt altijd achter, omdat het niet meteen wordt doorgegeven. Bovendien hebben bijvoorbeeld vaders vaak twee adressen: ze wonen al lang met een ander gezin ergens anders samen, terwijl ze nog op hun oude adres staan ingeschreven."

TREFWOORDEN: co-ouders, co-ouderschap, scheiding

GERELATEERD



Betere schoolprestaties voor kinderen uit intacte gezinnen
België - Goed Gevoel - Scheiden - 31/10/12

Kinderen van wie de ouders bij elkaar zijn, hebben gemiddeld de beste schoolprestaties. Van gezinnen die niet intact zijn, presteren de kinderen uit co-oudergezinnen op school het best. De minst goede schoolprestaties worden opgetekend bij kinderen uit eenoudergezinnen. Dat schrijven scheidingsdeskundige Ed Spruijt van de Universiteit Utrecht en filosofe Corrie Haverkort in hun boek "Kinderen uit nieuwe gezinnen".

In het boek wordt gebruikgemaakt van statistische gegevens van Spruijts onderzoek "Scholieren en Gezinnen 2011". Gedurende vijf jaar (van 2006 tot 2011) deden 5.300 scholieren uit het basis- en secundair onderwijs mee aan dit onderzoek. Het onderzoek toont aan dat in een gemiddelde Nederlandse klas van 30 leerlingen minstens zes kinderen zitten die opgroeien in zogenoemde nieuwe gezinnen. Niet alleen de schoolprestaties van kinderen uit deze gezinnen blijven achter, ook het welzijn ligt bij hen lager dan bij kinderen uit intacte gezinnen.

Van alle nieuwe gezinnen komt volgens Spruijt het stiefvadergezin het meest voor in Nederland, een gezinsvorm waarbij het kind woont bij de biologische moeder en haar nieuwe partner. Moeders zijn in elk gezinstype het allerbelangrijkst voor het welbevinden van het kind. Maar de stiefvader blijkt op plaats twee te komen, nog voor de uitwonende biologische vader.

Spruijt merkt ook op dat er tegenwoordig onder laagopgeleiden relatief meer gescheiden wordt dan onder hoogopgeleiden. Dat kan komen doordat hoger opgeleiden beter communiceren, conflicten flexibeler kunnen oplossen en meer ruimte en geld hebben om zich individueel te ontplooien. Bovendien weten ze meer over de nadelige gevolgen van een scheiding voor hun kinderen.

(Bewerkt door: Toon Mast)


Co-ouders ruziën minder dan andere gescheiden ouders
TROUW - Nederland - Marijke de Vries − 31/10/12
Kinderen van gescheiden ouders die afwisselend bij hun vader of moeder wonen, zitten lekkerder in hun vel en halen hogere cijfers op school dan kinderen die na een scheiding bij één van de ouders wonen of in een stiefgezin. Meer lezen


Bij co-ouders komt minder ruzie voor
Volkskrant - Binnenland - ANP - 31/10/12
Kinderen van gescheiden ouders die afwisselend bij hun vader of moeder wonen, zitten lekkerder in hun vel en halen hogere cijfers op school dan kinderen die na een scheiding bij een van de ouders wonen of in een stiefgezin. Meer lezen


Co-ouders doen het goed
Nederlands Dagblad - Gratis Nieuws - 31-10-2012
Kinderen van gescheiden ouders die afwisselend bij vader en moeder wonen, zitten beter in hun vel en presteren beter op school dan kinderen die na een scheiding bij een ouder of in een stiefgezin wonen. Meer lezen


Minder ruzie thuis beter voor toekomst van kind
Nederlands Dagblad - Betaalartikel - 01-11-2012
UTRECHT - Hoe minder er geruzied wordt tussen een vader en een moeder, hoe beter kinderen in hun vel zitten en ook op school beter presteren. Dat is een conclusie uit een groot onderzoek van echtscheidingsdeskundige Ed Spruijt van de Universiteit Utrecht. Meer lezen


Kind uit compleet gezin scoort beste
Reformatorisch Dagblad - Binnenland - Binnenlandredactie - 31-10-2012
UTRECHT – Kinderen uit een normaal tweeoudergezin hebben gemiddeld de beste schoolprestaties. Na een echtscheiding scoren kinderen uit co-oudergezinnen op school het beste. De minst goede schoolprestaties komen voor bij kinderen uit eenoudergezinnen, zo blijkt uit het boek ”Kinderen uit nieuwe gezinnen”, dat woensdag verschijnt. Meer lezen


Intacte gezinnen - betere prestaties
Katholiekgezin.nl; Nieuws; woensdag 31 oktober 2012

vrijdag 14 september 2012

Nederlander (71%) vindt co-ouderschap beste ouderschapsregeling na scheiding (Opinieonderzoek IPSOS Synovate / Vader Kennis Centrum)

Meerderheid Nederlanders (71%) is voorstander van co-ouderschap na scheiding: Vrouwen (76%) nog wat meer dan mannen (67%)

Persbericht Vader Kennis Centrum, 14 september 2012

In verband met de Dag voor de Scheiding 2012 op vrijdag 14 september heeft het Vader Kennis Centrum door opinieonderzoeksbureau IPSOS Synovate bij haar verkiezingsonderzoek ("De Politieke Barometer") onder een representatieve steekproef Nederlanders, ook een aantal onderzoeksvragen laten meelopen naar de voorkeuren en meningen van het Nederlandse publiek over de huidige regeling(en) van het ouderschap na scheiding.

A. De belangrijkste hoofduitkomsten van het opinie-onderzoek van IPSOS Synovate in opdracht van het Vader Kennis Centrum zijn:
  • Ruim een tweederde meerderheid (zeven op de tien) van de Nederlanders vindt dat co-ouderschap de beste oplossing is na een scheiding.
  • Bijna de helft (45%) van de Nederlanders vindt dat co-ouderschap na een scheiding ook al mogelijk moet zijn vanaf de geboorte.
  • Acht op de tien vinden dat scholen en instanties beide ouders na de scheiding op gelijke wijze moeten informeren en betrekken bij de ontwikkeling van hun kind.
  • Iets meer dan de helft (53%) vindt dat de naleving van ouderschaps- en omgangsregelingen na een scheiding beter door de rechtbank en de politie gehandhaafd moeten worden.
B. De uitgesplitste uitkomsten naar (a)geslacht (man/vrouw), (b) regio, (c) leeftijd, (d) opleiding en (e) politieke voorkeur (VVD, PvdA, SP, PVV, D66 en CDA):
In het opinieonderzoek naar de ouderschapsreglingen na een scheiding zijn de resultaten daarnaast eveneens uitgesplitst naar geslacht (man/vrouw), regio, leeftijd, opleiding en politieke voorkeur.
Daaruit komen nog een aantal highlights. Zo blijkt bijv. dat:
  • Nederlandse vrouwen hebben een significant sterkere voorkeur voor co-ouderschap na scheiding dan mannen (Vrouwen: 76%; Mannen: 67%)
  • Vrouwen zijn daarbij significant meer dan mannen van mening dat co-ouderschap na scheiding ook niet aan de leeftijd van de kinderen is gebonden en bij een scheiding ook al vanaf de geboorte van de kinderen kan beginnen. (Vrouwen: 52%; Mannen: 39%)
  • Middelbaar (74%) en hoger (75%) opgeleide Nederlanders vinden co-ouderschap significant vaker de beste oplossing na een scheiding dan lager opgeleiden (64%).
  • De oudere generatie Nederlanders (50 plus: 76%) vindt co-ouderschap significant vaker de beste oplossing na een scheiding dan de generatie 35 t/m 49 jarigen (66%).
  • Nederlanders met een PvdA- (79(%) en D66- (80%) voorkeur bij de landelijke verkiezingen vinden co-ouderschap significant (nog) vaker de beste oplossing na een scheiding dan bijv. de Nederlanders met een CDA-(66%) of PVV- (69%) voorkeur.
  • Nederlanders met een PvdA-voorkeur vinden significant vaker (87%) dan Nederlanders met een SP-voorkeur (79%), dat scholen en instanties beide ouders op gelijke wijze moeten informeren en betrekken bij de ontwikkeling van hun kind na de scheiding.
  • En de oudere generatie Nederlanders (50-plus: 84%) vindt nog significant vaker dan de jongere generatie (t/m 34 jaar: 75%) dat scholen en instanties beide ouders na de scheiding op gelijke wijze zouden moeten informeren en betrekken bij de ontwikkeling van hun kind.
Verantwoording
Het onderzoek is online uitgevoerd door IPSOS Synovate in opdracht van het Vader Kennis Centrum onder een representatieve steekproef van 1.243 Nederlanders van 18 jaar en ouder. De resultaten zijn achteraf gewogen op leeftijd, geslacht, opleiding en regio, zodat de groep ondervraagden een goede afspiegeling vormt van de Nederlandse samenleving.

Toelichting
Eenzelfde onderzoek heeft eerder ook in België plaats gevonden en werd gepubliceerd in de grootste Belgische franstalige krant Le Soir van 25 juni 2012:

Zie voor het originele Le Soir artikel over het Belgische onderzoek:
  • Divorce : la garde alternée a la cote (Le Soir Belge - DORZEE, HUGUES - Page 7 - Lundi 25 juin 2012)
  • Une majorité de Belges préconise la garde alternée (Le Soir Belge - Page 1 - Lundi 25 juin 2012)

Nederlandse vertaling van het Le Soir artikel:
  • Opinieonderzoek - Een meerderheid van 69,5% van de Belgen is voorstander van verblijfsco-ouderschap (Vader Kennis Centrum (VKC), maandag, 25 juni 2012)

En in samenwerking met de partnerorganisaties van het Vader Kennis Centrum binnen het Platform voor Europese Vaders (PEV) zullen deze opinieonderzoeken ook in andere Europese landen nog plaats gaan vinden.

Op aanvraag zijn bij het Vader Kennis Centrum de onderliggende tabellen en resultaten van het in opdracht van Vader Kennis Centrum door IPSOS Synovate uitgevoerde opinie-onderzoek met de hoofdresultaten en de uitsplitsingen naar (a) geslacht (man/vrouw), (b) regio, (c) leeftijd, (d) opleiding en (e) politieke voorkeur (VVD, PVV, PvdA, SP, D66 en CDA) verkrijgbaar.

Meer inlichtingen bij:

Vader Kennis Centrum (VKC)
M. 06.24506249
E. secretariaat@vaderkenniscentrum.nl
Urls: www.vaderkenniscentrum.nl
www.vaderdagtrofee.nl


Wat doet Vader Kennis Centrum
Het Vader Kennis Centrum uit Utrecht bevordert gelijkwaardig ouderschap, betrokken vaderschap en een meer vaderinclusief beleid bij overheden, instanties en werkgevers. Het centrum richt zich daarbij op de ontsluiting van informatie en kennis die eraan bijdraagt om de rol van beide ouders en genders bij de opvoeding van, de zorg voor en het onderwijs aan kinderen op waarde te schatten en met overheidsbeleid te ondersteunen op een wijze die aan inzet en betrokkenheid van beide ouders en genders voor kinderen recht doet.

Dit doet zij onder meer met de volgende activiteiten:
  • Het Vader Kennis Centrum organiseert een jaarlijks Vaderschapssymposium en de jaarlijkse uitreiking van de Vaderdagtrofee (m/v) voor vaderschapsinitiatieven i.s.m. de Universiteit van Amsterdam.
  • De stichting Vader Kennis Centrum heeft verder o.m. een advies- en hulptelefoon voor (gescheiden) ouders en vaders, beheert een aantal voorlichtingswebsites voor ouders en vaders, die dagelijks bekeken worden door gemiddeld 175 unieke lezers en verspreidt de email-nieuwsbrief "Gescheiden Ouders en Kinderen" met ruim 300 abonnees.




zaterdag 1 september 2012

Verdeling kosten minderjarige bij co-ouderschap naar behoefte van het kind en draagkracht van de beide ouders (Gerechtshof Leeuwarden, LJN: BX6225, 17 juli 2012)

Verdeling kosten minderjarige bij co-ouderschap naar behoefte van het kind en draagkracht van de beide ouders (Gerechtshof Leeuwarden, LJN: BX6225, 17 juli 2012)
LJN: BX6225, Gerechtshof Leeuwarden, 200.101.032/01
Datum uitspraak: 17-07-2012
Datum publicatie: 31-08-2012
Rechtsgebied: Personen-en familierecht
Soort procedure: Hoger beroep
Vindplaats: Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie:
Verdeling kosten minderjarige bij co-ouderschap.

Uitspraak

Beschikking d.d. 17 juli 2012
Zaaknummer 200.101.032

HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN

Beschikking in de zaak van
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
appellante,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. O.J.C. Toxopeus, kantoorhoudende te Veendam,

tegen

[de vader],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. M. Hoekman-Haan, kantoorhoudende te Stadskanaal.

Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar de beschikking van 15 november 2011 van de rechtbank Groningen (zaaknummer 124516/FA RK 11-320) zoals bij partijen bekend.

Het geding in hoger beroep
Bij beroepschrift, binnengekomen bij de griffie op 27 januari 2012, heeft de moeder verzocht de beschikking van 15 november 2011 te vernietigen en opnieuw beslissende:
I. te bepalen dat het hoofdverblijf van de minderjarige [het kind] (hierna: [het kind]), geboren op [geboortedatum] in de [gemeente X], bij haar is;
II. haar toestemming te verlenen om [het kind] op een basisschool in [plaats 2] te laten gaan;
III. te bepalen dat [het kind] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ieder weekend van vrijdagmiddag tot maandagochtend bij de vader zal verblijven alsmede de helft van de vakanties en feestdagen;
IV. te bepalen dat de vader gehouden zal zijn aan haar te betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [het kind] een bedrag van € 300,- per maand.
Bij verweerschrift, binnengekomen bij de griffie op 20 maart 2012, heeft de vader het verzoek bestreden en verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de moeder in haar verzoeken niet-ontvankelijk te verklaren, althans haar deze te ontzeggen.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van een brief van 31 januari 2012 van de Raad voor de Kinderbescherming (verder te noemen: de raad) waarin wordt meegedeeld dat de raad in deze zaak geen onderzoek heeft verricht, een faxbericht van 9 februari 2012, een brief van 15 februari 2012 en een brief van 23 mei 2012 met bijlagen, van mr. Hoekman-Haan, een brief van 17 februari 2012 met een bijlage en een faxbericht van 23 mei 2012 met bijlagen, beide van mr. Toxopeus.

Ter zitting van 7 juni 2012 is de zaak behandeld. Verschenen zijn de moeder en de vader en hun advocaten.

Mr. Toxopeus heeft mede het woord gevoerd aan de hand van de door haar ter zitting van het hof overgelegde pleitnotitie.

De beoordeling


De vaststaande feiten
1. Uit de - inmiddels verbroken - affectieve relatie tussen de moeder en de vader is de thans nog minderjarige [het kind] geboren. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over haar uit.

2. De ouders hebben hun zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van [het kind] tot op heden zo verdeeld dat [het kind] steeds om en om een week bij de vader en bij de moeder verblijft. [het kind] staat ingeschreven op het adres van de vader.

3. Bij het bereiken van de schoolgaande leeftijd door [het kind] is tussen de ouders een geschil ontstaan over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.

4. Bij verzoekschrift van 16 februari 2011 heeft de vader verzocht om het hoofdverblijf van [het kind] bij hem te bepalen en te bepalen dat tussen [het kind] en de moeder een zorgregeling zal gelden van één weekend per veertien dagen van vrijdagmiddag tot maandagochtend.

5. Bij verweerschrift, tevens inhoudende een zelfstandig verzoek, van 27 april 2011 heeft de moeder verzocht om het hoofdverblijf van [het kind] bij haar te bepalen en tevens te bepalen dat als zorgregeling tussen [het kind] en de vader zal gelden één weekend per veertien dagen van vrijdagmiddag tot maandagochtend, subsidiair dat ieder van de ouders [het kind] om en om een week bij zich heeft van zondagmiddag tot zondagmiddag.

6. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling door de rechtbank heeft de vader zijn verzoek gewijzigd in die zin dat hij heeft verzocht om te bepalen dat [het kind] haar hoofdverblijf bij hem krijgt, dat [het kind] zal worden ingeschreven op een basisschool in [plaats 1] en dat een zorgregeling zal gelden waarbij [het kind] de ene week bij hem en de andere week bij de moeder verblijft.

7. Bij de bestreden beschikking is bepaald dat [het kind] haar hoofdverblijf bij de vader heeft, dat zij de ene week bij de vader en de andere week bij de moeder verblijft en is aan de vader vervangende toestemming verleend om [het kind] in te schrijven op een basisschool in [plaats 1]. De moeder is hiertegen in hoger beroep gekomen.

De geschilpunten
8. De geschilpunten tussen partijen betreffen:
- het hoofdverblijf en daarmee samenhangend de plaats waar [het kind] naar school dient te gaan;
- de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken;
- de door de vader aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [het kind].

Het hoofdverblijf, de plaats waar [het kind] naar school dient te gaan en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
9. Het hof is evenals de rechtbank van oordeel dat in de gegeven situatie het belang van [het kind] het meest is gediend met handhaving van de huidige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in die zin dat [het kind] de ene week bij haar vader en de andere week bij haar moeder verblijft en met vaststelling van haar hoofdverblijf bij de vader, waarbij [het kind] (onveranderd) in [plaats 1] naar school gaat. Het hof neemt de overwegingen van de rechtbank dienaangaande over en maakt deze tot de zijne. Het hof voegt daar aan toe dat in hoger beroep niet van andere feiten of omstandigheden is gebleken dan die in eerste aanleg reeds zijn meegewogen en welk oordeel het hof, zoals gezegd, overneemt.

De door de vader aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [het kind]
10. De moeder heeft als (mede-)verzorgende ouder in haar beroepschrift verzocht om een bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding van [het kind] ter hoogte van € 300,- per maand. Ter zitting van het hof heeft zij bij haar verzoek gepersisteerd. De moeder heeft daarbij de behoefte van [het kind] gesteld op € 389,- per maand, hetgeen de vader niet, althans onvoldoende, heeft weersproken zodat het hof daar vanuit zal gaan.

11. De vader heeft tegen het verzoek van de moeder ingebracht dat hij reeds een groot deel van de kosten van [het kind] draagt en dat, zoals uit de door hem overgelegde draagkrachtberekening blijkt, er voor het overige geen ruimte is voor een aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van [het kind].

De verdeling van de kosten van [het kind]
12. [het kind] verblijft om en om een week bij de vader en bij de moeder. De kosten van [het kind] ter hoogte van € 389,- per maand worden daarom voor de helft aan elk van de beide ouders toegerekend, te weten € 194,50 per maand. Het hof overweegt voorts dat ouders naar rato van hun draagkracht dienen bij te dragen in de kosten van hun kind.

De draagkracht van de vader
13. De door de vader in hoger beroep overgelegde draagkrachtberekening is - behoudens voor wat betreft het kindgebonden budget en de inkomensafhankelijke combinatiekorting - door de moeder niet, althans onvoldoende weersproken zodat het hof deze berekening als uitgangspunt zal nemen.

14. De vader heeft onweersproken gesteld dat hij de kosten van de kinderopvang betaalt. Uit de door de vader overgelegde stukken is gebleken dat deze kosten in 2012 (€ 391,59 minus € 333,58) € 58,- netto per maand bedragen.

15. Het hof zal een nieuwe draagkrachtberekening maken en daarbij het kindgebonden budget, de inkomensafhankelijke combinatiekorting en de netto kosten van de kinderopvang meenemen. Dit leidt tot de aan deze beschikking gehechte berekening (I). Daaruit blijkt dat de vader een draagkrachtruimte van € 589,- per maand heeft waarvan 70%, te weten € 412,- per maand, beschikbaar heeft ten behoeve van [het kind]. Aangezien de vader het kindgebonden budget ontvangt, kan hij geen aanspraak op fiscaal voordeel maken.

De draagkracht van de moeder
16. Van de zijde van de moeder zijn bij brief van 23 mei 2012 financiële gegevens overgelegd die door de vader niet, althans onvoldoende, zijn weersproken zodat het hof daar van uit zal gaan. Aangezien niet anders is gesteld of gebleken, hanteert het hof ter zake van het inkomen van de moeder de door haar overgelegde jaaropgaven over 2011. Voorts heeft het hof rekening gehouden met de woonlasten, de premie zorgverzekering, huur- en zorgtoeslag en de aflossing op het flexibel krediet, zoals daarvan uit de door de moeder overgelegde stukken blijkt. Dit leidt tot de aan deze beschikking gehechte berekening (II). Daaruit blijkt dat de moeder een draagkrachtruimte van € 66,- per maand heeft waarvan 70%, te weten € 46,- per maand, beschikbaar is voor [het kind].

17. Uit de aan deze beschikking gehechte draagkrachtvergelijking (III) blijkt dat naar rato van de draagkracht van de ouders het aandeel van de vader in de behoefte van [het kind] € 350,- per maand bedraagt en dat het aandeel van de moeder € 39,- per maand bedraagt. De kosten van [het kind] die aan elk van beide ouders worden toegerekend bedragen € 194,50 per maand per ouder, zodat de vader in de behoefte van [het kind] aan de moeder (€ 39,- minus € 194,50) € 155,50 per maand dient te betalen. De vader kan, ook na aftrek van zijn aandeel in de behoefte van [het kind], dit bedrag aan de moeder betalen. Het hof zal aldus beslissen.

De slotsom
18. Op grond van het voorgaande zal het hof beslissen als na te melden.

De beslissing
Het gerechtshof:

bekrachtigt de beschikking waarvan beroep;

bepaalt de door de vader aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [het kind], geboren op
[geboortedatum] in de [gemeente X], met ingang van 27 januari 2012 op € 155,50 per maand;

bepaalt dat deze bijdrage, voor zover de termijnen niet reeds zijn verstreken, telkens bij vooruitbetaling aan de moeder moeten worden voldaan;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.D.S.L. Bosch, voorzitter, M.P. den Hollander en I.A. Vermeulen, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 17 juli 2012 in bijzijn van de griffier.

maandag 25 juni 2012

Opinieonderzoek - Een meerderheid van 69,5% van de Belgen is voorstander van verblijfsco-ouderschap

Een meerderheid van 69,5% van de Belgen is voorstander van verblijfsco-ouderschap
Bron: België - Le Soir - nc - Voorpagina (Pagina 1) – Vertaling uit Frans door P. Tromp - Maandag 25 juni 2012

Uit een representatief opinieonderzoek voor het Franstalige Belgische tijdschrift Filiatio, blijkt dat zeven op de tien Belgen voorstander is van verblijfsco-ouderschap of gelijk gedeeld verblijf van het kind in de huizen van beide gescheiden ouders. Deze vorm van zorgverdeling geniet voor de Belgen veruit de voorkeur boven die van het hoofdverblijf bij een van de ouders gecombineerd met een weekendverblijf per twee weken bij de andere ouder (15,2%) of de zgn. "5/9"-zorgverdeling, waarbij het kind na de scheiding vijf dagen bij de ene ouder en negen dagen bij de andere ouder verblijft (5,2%).

Een duidelijk verschil werd daarbij waargenomen tussen de beide taalgemeenschappen in België: Verblijfsco-ouderschap en gelijk gedeeld verblijf bij gezamenlijk gezag is populairder bij de Vlamingen (81,2%) dan bij de Franstaligen (54,5%). "De sociaal-economische factor moet hier een rol spelen”, analyseert prof. Yves-Henri Leleu, een specialist in familierecht van de Universiteit van Luik (ULg). “Verblijfsco-ouderschap of gelijk verdeeld verblijf is uiteraard duurder: er zijn twee huizen nodig, twee auto's, enz.. En de “noordelijke landen” zijn meer geëmancipeerd. Tot slot zijn er zeker ook meer gezinsondersteunende diensten (crèches, kinderdagverblijven, ...) beschikbaar aan de Vlaamse kant." 

Onze informatie P.7

Echtscheiding: Verblijfsco-ouderschap is populair in België
Bron: België - Le Soir - DORZEE, HUGH - Pagina 7 - Vertaling uit Frans door P. Tromp - Maandag 25 juni 2012

Gezinnen - Een representatief opinieonderzoek in opdracht van « Filiatio », bevestigt de populariteit van verblijfsco-ouderschap onder de Belgen

Wanneer een paar scheidt, wie draagt er dan de zorg voor de kinderen? Mama, of papa, of allebei? De overgrote meerderheid van de Belgen blijkt voorstander te zijn van een “gelijk verdeelde zorg en verblijf" (zgn. bilocatie of verblijfsco-ouderschap) van de kinderen bij beide ouders.

Volgens een onderzoek uitgevoerd door AEGIS / Deep Blue, in opdracht van het tijdschrift Filiatio (1), zijn bijna zeven op de tien respondenten (69, 5%) voorstander van een egalitaire accommodatie of verblijfsco-ouderschap.

Dit geniet voor de Belgen verre de voorkeur boven een zorgregeling met het hoofdverblijf van de kinderen bij een van de ouders gecombineerd met een weekendverblijf per twee weken bij de andere ouder of de zgn. "5/9"-zorgverdeling, waarbij het kind na de scheiding vijf dagen bij de ene ouder en negen dagen bij de andere ouder verblijft (5,2%).

Er is echter een duidelijk verschil tussen noord / zuid: het verblijfsco-ouderschap of de bilocatie van de kinderen na de scheiding is populairder bij de Vlamingen (81,2%) dan bij de Franstaligen (54,5%). De redenen? "De sociaal-economische factor moet hier een rol spelen”, analyseert prof. Yves-Henri Leleu, een specialist in familierecht van de Universiteit van Luik (ULg). “Verblijfsco-ouderschap of gelijk verdeeld verblijf is uiteraard duurder: er zijn twee huizen nodig, twee auto's, enz.. En de “noordelijke landen” zijn meer geëmancipeerd. Tot slot zijn er zeker ook meer gezinsondersteunende diensten (crèches, kinderdagverblijven, ...) beschikbaar aan de Vlaamse kant. "

Een mening die wordt gedeeld door de auteurs van het onderzoek: "Men ziet ook een grotere professionele betrokkenheid en inzet in het familierecht in Vlaanderen. En, omgekeerd, een grotere weerstand aan de Franse kant ", zegt Celine Lefèvre van het tijdschrift Filiatio.

Het vermijden van conflicten"
Hoe dan ook, de uitkomsten van dit onderzoek zijn verassend. Het bevestigt dat er sprake is van een evolutie van de mentaliteit in België en in het buitenland (Frankrijk, Spanje, Italië...). Een ontwikkeling die ingezet is met de invoering van een nieuw wettelijk kader waarin - met de invoering van de wet van 14 september 2006 - rechters worden aangemoedigd om "prioriteit" te geven aan het verblijfsco-ouderschap van de kinderen na de scheiding. Tenzij dit "waarneembaar in strijd is met de belangen van het kind."
Om tot zijn besluit te komen, houdt de rechter rekening met verschillende criteria (de geografische afstand tussen de beide ouders, "ernstige (niet-)beschikbaarheid" van een van de ouders, de leeftijd van het kind, gebrek aan inzet en belangstelling of verwaarlozing van de zorg door een ouder). "De Belgische wet schrijft geen veralgemenisering of vaste formule voor het verblijfsco-ouderschap voor, maar benadrukt juist het bereiken van een overeenkomst tussen de beide ouders en het voorkomen van geschillen. En als geen van de beide ouders het daarmee eens is, dan zal de rechter ook niet ambtshalve een vaste regeling op leggen, "zegt professor Leleu.

Maar de trend is er: het "gedeelde verblijf" of verblijfsco-ouderschap wordt geleidelijk aan geaccepteerd. Dit niettegenstaande dat deze zorgregeling zowel zijn voordelen heeft (gelijkmatig handhaven van de banden van het kind met beide ouders; bieden van vrijheid aan de beide ouders ...), alsook zijn nadelen (instabiliteit en verplaatsingen voor het kind, de verplichting tot het "doubleren" van verblijfsfaciliteiten en voorzieningen ...), zoals blijkt uit een studie van de Universiteit van Luik (Casman, 2010).

Ook ‘lijken’ de parttime ouders een typisch profiel te hebben: 30-40 jaar, in vaste loondienst, hooggeschoold, beschikkend over flexibele werktijden, enz.

En in de praktijk?
We beschikken niet over data om objectief te kunnen vaststellen wat nu de rol is van rechterlijke beslissingen in het voordeel van deze vorm van verblijfsco-ouderschap en gedeelde zorg.

"In het algemeen”, voegt Celine Lefevre toe, “lijkt het erop dat het verblijfsco-ouderschap of de egalitaire accommodatie van de kinderen na de scheiding bij beide ouders is ondervertegenwoordigd in rechterlijke uitspraken. Er is dus sprake van een discrepantie en spanning tussen wat mensen in België vinden en datgene wat door rechters wordt toegepast in de Belgische rechtspraktijk. "
"Elk geval is specifiek”, tempert Professor Leleu. “Verblijfsco-ouderschap is niet altijd van toepassing. In sommige gevallen is het contra-geïndiceerd (geografische afstand tussen de ouders, spanningen tussen de ouders ...). Bovendien, vergt het veel van de dialoog tussen de ex-echtgenoten (medische follow up, sportactiviteiten...) "

In het onderzoek van Filiatio wordt ook gekeken naar andere aspecten van het gezinsleven (mening van het kind, de rol van het recht, juridische en gerechtelijke achterstanden en vertragingen ...), met inbegrip van bemiddeling. En ook hier is de conclusie duidelijk: meer dan zes op de tien Belgen (64%) is voorstander van het “verplicht opleggen van een bemiddeling aan scheidende ouders."

(1) Dit onderzoek werd uitgevoerd middels een telefonische enquête in maart 2012 op basis van een representatieve steekproef van 500 mensen in de leeftijd 18-70 jaar, met een foutenmarge van 4,4%. (www.filiatio.be)

69,5%
Dit is het percentage Belgen dat voorstander is van verbijfsco-ouderschap of "gelijk gedeelde zorg en verblijf" van de kinderen na een scheiding. Met sterke verschillen tussen de Vlaamse (81,2%) en de Franse (54,5%) gemeenschappen.


Origineel artikel in het Frans: